Je luistert waarschijnlijk minder dan je denkt
We denken dat we luisteren wanneer we stil zijn, terwijl de ander praat. Lees deze zin nog eens.
Maar vaak zijn we helemaal niet aan het luisteren. We zijn aan het beoordelen.
Terwijl iemand spreekt, draait er in ons hoofd een tweede gesprek en een derde, vierde, vijfde, zesde. "Ben ik het hiermee eens? Klopt dit wel? Waarom zegt hij dit? Dat herken ik. Dat zou ik anders doen. Wacht maar tot ik vertel wat mij is overkomen".
Het eerste is een persoonlijke voorkeur. Het tweede wordt een oordeel over de kwaliteit van het gesprek.
De ander praat en wij luisteren. Althans, zo lijkt het. Ondertussen leggen we ieder woord van de ander langs de meetlat van onze eigen ervaringen, overtuigingen, belangen en verwachtingen. Zonder dat we het doorhebben.
We luisteren niet naar wat er gezegd wordt. We luisteren naar wat wij vinden van wat iemand zegt.
Dat verschil lijkt klein, maar is enorm. Zeker omdat 99% van de mensen zich hier niet van bewust zijn.
Je zou het kunnen zien als een kom die ieder mens bij zich draagt. Die kom zit vol met ervaringen, overtuigingen, successen, teleurstellingen, kennis, angst, vooroordelen en herinneringen. Met ideeën over hoe de wereld werkt, maar ook met ideeën over de persoon die tegenover ons zit. Wie iemand is. Waarom hij doet wat hij doet. Wat zijn intenties zijn. En vaak zelfs wat hij waarschijnlijk hierna gaat zeggen. Volgens jou....
Wanneer die kom vol zit, is er nauwelijks ruimte om werkelijk iets te ontvangen van de ander. Alles wat de ander zegt, komt terecht tussen wat er al lag.
Bijvoorbeeld: een ondernemer vertelt over een probleem en nog voordat hij is uitgesproken, denken wij aan de oplossing. Een collega maakt een fout en we plaatsen die fout onmiddellijk in het beeld dat we al van hem hadden. Een partner vertelt hoe iets voelde en terwijl diegene praat, zijn wij in ons hoofd al bezig met de vraag of dat gevoel volgens ons wel terecht is. Herkenbaar?
We horen de woorden, maar ontmoeten de ander nauwelijks. We leggen de ander als het ware op onze visie en duwen onze ervaringen in iemands eigen ervaring. Waardoor we onherroepelijk niet (neutraal) luisteren.
Ik zag daar onlangs een mooi en eigenlijk heel onschuldig voorbeeld van. Na de podcast met Astrid Holleeder reageerde iemand dat het wat hem betreft te veel een gesprek was geweest. Hij had liever een monoloog van Astrid gehoord.
Daar is natuurlijk helemaal niets mis mee. Maar het interessante zit in wat er in het hoofd van de boodschapper van de reactie gebeurt.
Ogenschijnlijk zegt iemand iets over de podcast. Tegelijkertijd zegt hij vooral iets over zichzelf: ik luister liever naar een gesprek waarin de gast ononderbroken spreekt.
Dat is iets anders dan zeggen: dit gesprek had anders gevoerd moeten worden.
Het eerste is een persoonlijke voorkeur. Het tweede wordt een oordeel over de kwaliteit van het gesprek.
Precies die verschuiving maken we voortdurend, vaak zonder dat we het doorhebben. We verwarren onze ervaring met de werkelijkheid. Dit is in bedrijven en relaties de hele dag aan de gang. WAT iemand zegt, is iets anders dan wat iemand HOORT.
“Ik had liever meer Astrid gehoord” wordt ongemerkt: “De interviewer praat te veel.” “Ik houd van kortere antwoorden” wordt: “Hij is langdradig.” “Ik zou een andere vraag hebben gesteld” wordt: “Dit was niet de juiste vraag.”
Onze voorkeur wordt onze meetlat voor waarde.
Terwijl iemand anders naar exact hetzelfde gesprek kan luisteren en juist waarderen dat er interactie ontstaat. Dat er wordt doorgevraagd. Dat een antwoord leidt tot een onverwachte vervolgvraag en dat twee mensen daardoor ergens komen waar geen van beiden vooraf precies wist dat ze zouden uitkomen.
De ene ervaring is niet beter dan de andere.
Veel interessanter is of we nog in staat zijn het onderscheid te zien tussen wat er gebeurt en wat wij vinden van wat er gebeurt. Dit onderscheid zien in je dagelijks leven kan een enorm verschil maken in de resultaten die je wel of niet boekt.
Dat is waar het principe van de lege kom interessant wordt.
Daadwerkelijk luisteren vraagt dat je bereid bent die kom tijdelijk leeg te maken. Niet omdat je geen mening meer mag hebben. Niet omdat alles wat de ander zegt waar is. En ook niet omdat luisteren hetzelfde is als instemmen.
Juist niet.
Het betekent dat je jouw oordeel lang genoeg uitstelt om te kunnen ontdekken wat er werkelijk voor je zit.
Je luistert niet om te bepalen of iemand gelijk heeft, maar om te zien. Wat zegt iemand daadwerkelijk? Wat probeert iemand zichtbaar te maken? Vanuit welke werkelijkheid spreekt diegene? En misschien nog belangrijker: wat hoor ik op dit moment niet, omdat ik te druk ben met wat ik er zelf van vind?
Dan ontstaat ruimte.
Want pas dan kun je iemand werkelijk zien voor wie diegene is — én voor wie diegene niet is.
We reduceren (bewust en onbewust) mensen voortdurend tot verhalen. "Hij is lastig. Zij is onzeker. Hij is dominant. Zij begrijpt het gewoon niet. Hij is succesvol. Zij is altijd zo". Maar het zegt meer over de persoon die deze mening poneert.
Een aantal ervaringen wordt een conclusie. Vanaf dat moment luisteren we niet meer naar de persoon die voor ons zit, maar naar onze eigen beschrijving van die persoon.
Wie iemand als arrogant ziet, hoort arrogantie. Wie iemand als incompetent ziet, hoort incompetentie. Maar ook andersom: wie iemand bewondert, hoort vooral genialiteit.
Het mechanisme is precies hetzelfde. Ons oordeel gaat vóór onze (relatief) neutrale waarneming staan.
Werkelijk luisteren vraagt daarom iets wat ongemakkelijk kan zijn: de bereidheid om je eigen verhaal over iemand tijdelijk los te laten. Misschien is iemand niet wie jij inmiddels hebt besloten dat hij is. Misschien is hij ook niet het tegenovergestelde daarvan.
Daarmee is luisteren veel meer dan een sociale vaardigheid. Het is een vorm van leiderschap. Want de kwaliteit waarmee wij luisteren, bepaalt mede wat er in een gesprek mogelijk wordt.
Wanneer iemand merkt dat hij beoordeeld wordt, gaat hij zichzelf verdedigen, uitleggen of aanpassen. Wanneer iemand merkt dat je eigenlijk alleen wacht totdat je zelf weer kunt spreken, stopt hij uiteindelijk met werkelijk vertellen.
Maar wanneer iemand ervaart dat er ruimte is, gebeurt er iets anders.
Mensen gaan nauwkeuriger denken en spreken. Ze zeggen dingen die ze misschien nog niet eerder zo hadden geformuleerd. Ze durven twijfel toe te laten. Soms ontdekken ze tijdens het spreken zelf pas wat ze eigenlijk vinden.
Niet omdat jij het antwoord gaf, maar omdat jouw luisteren de ruimte creëerde waarin een antwoord kon ontstaan.
Juist daar is luisteren een trainingsonderwerp in mijn vak. Want soms hoor je iets waar je het fundamenteel mee oneens bent. Soms denk je zeker te weten dat iemand ongelijk heeft. Soms raakt wat iemand zegt precies aan jouw ego, jouw belang of jouw overtuiging.
Kun je nog luisteren voordat je reageert?
Kun je nieuwsgierig blijven terwijl je het oneens bent?
Kun je iemand volledig proberen te begrijpen zonder de verplichting te voelen diegene gelijk te geven?
Waar ben ik het mee eens? Waar zit de fout? Wat ga ik hierop antwoorden?
Maar:
Wat is hier werkelijk te horen?
Dat kleine onderscheid verandert gesprekken. Het verandert leiderschap. Het verandert relaties. En misschien verandert het uiteindelijk iets fundamentelers: de manier waarop we naar andere mensen kijken.
Want werkelijk luisteren begint waar ons oordeel stopt.
De kom leeg. De ander voor je.