De poort die nooit op slot zat.
Franz Kafka schreef ooit een even eenvoudig als ongemakkelijk verhaal.
Een man komt bij een poort die toegang geeft tot de Wet. Voor de poort staat een bewaker. De man wil naar binnen, maar de bewaker zegt dat hij hem nu niet kan toelaten.
Dus wacht de man.
Een dag. Een jaar. Uiteindelijk een leven lang. Hij stelt vragen, probeert de bewaker gunstig te stemmen en wacht op het moment waarop hij eindelijk toestemming krijgt. Maar dat moment komt niet.
Pas wanneer hij op sterven ligt, stelt hij de vraag die hij misschien veel eerder had moeten stellen. Waarom is er al die jaren eigenlijk niemand anders door deze ingang gekomen?
De bewaker vertelt hem dat deze ingang uitsluitend voor hem bestemd was. En sluit de poort.
Het ongemakkelijke aan Kafka's verhaal is niet alleen dat de man zijn hele leven heeft gewacht. Het is vooral dat de poort al die tijd openstond.
En dat doen wij dat veel vaker dan we denken.
Je hebt al jaren het idee om voor jezelf te beginnen. Maar eerst wil je nog wat meer ervaring. Een grotere buffer. Een betere economie. Nog één promotie. Misschien volgend jaar.
Of je weet al maanden dat een medewerker niet meer op de juiste plek zit. Eigenlijk weet iedereen het. De prestaties worden minder, collega's krijgen er last van, maar je stelt het gesprek nog even uit. Eerst nog een kwartaal aankijken. Nog één kans geven. Na de zomer.
Misschien draait je bedrijf juist uitstekend. Je hebt klanten, omzet en een goede reputatie. Er ligt een kans om groter te denken. Een nieuwe markt. Een investering. Een samenwerking. Een overname. Maar ergens verschijnt die vraag: wie ben ik om dat te doen?
Dus maak je nog een plan. Vraag je nog drie mensen om advies. Laat je de cijfers nog een keer doorrekenen.
Niet omdat je werkelijk meer informatie nodig hebt. Maar omdat je toestemming zoekt.
Buiten het bedrijfsleven doen we precies hetzelfde. Je weet dat een relatie niet meer werkt, maar wacht op het perfecte moment voor het gesprek. Je wilt je vader bellen, maar doet het morgen. Je wilt die opleiding volgen, dat boek schrijven, die reis maken, gezonder worden of eindelijk stoppen met werk waar je iedere zondagavond tegenop ziet.
Maar eerst moet er nog iets gebeuren.
Meer geld. Meer tijd. Meer zekerheid. Minder gedoe.
Alsof ergens iemand zit die uiteindelijk een stempel op onze aanvraag zet:
GOEDGEKEURD. U MAG NU UW LEVEN VERANDEREN.
Die persoon komt niet.
Het bijzondere aan Kafka's verhaal is bovendien dat de poortwachter steeds groter lijkt te worden. Niet letterlijk, maar in het hoofd van de man. Hoe langer hij wacht, hoe meer macht hij de bewaker geeft.
Een mogelijke afwijzing wordt na drie jaar een onoverkomelijk risico. Een moeilijk gesprek wordt na zes maanden een enorm conflict. Een ondernemersidee dat je jarenlang niet uitvoert, wordt langzaam bewijs dat je het waarschijnlijk toch niet kunt.
Een mening van iemand anders kan, wanneer je er maar lang genoeg naar luistert, veranderen in jouw waarheid. De meeste beperkingen bouwen we zelf. Mentaal.
Een van de vragen die mij het meest wordt gesteld over de ON POINT. Cast sluit daar bijna naadloos op aan:
Hoe krijg je al die grote namen en sterren in je podcast?
Mensen verwachten vervolgens vaak een ingewikkeld antwoord. Een geheim netwerk misschien. De juiste agent kennen. Een slimme strategie. Een enorme organisatie achter de schermen.
Het antwoord is veel simpeler.
Door het ze te vragen.
Ik stuur een mail. Een bericht. Leg een verzoek neer. Bel iemand. En als het stil blijft, kom ik soms nog een keer terug. Meer is het in essentie niet.
Natuurlijk zegt niet iedereen 'ja'. Er zijn afwijzingen. Soms krijg je helemaal geen reactie. Soms duurt het maanden voordat iets lukt.
Maar dat is niet het interessante. Het interessante is dat de meeste mensen het verzoek überhaupt niet doen.
Ze zien een bekende ondernemer, artiest, sporter of internationale naam en denken vooraf al:
Die komt toch niet. Die is te groot. Die reageert nooit. Waarom zou die met mij willen praten?
Daarmee hebben ze een bijzonder effectieve poortwachter gecreëerd.
Zichzelf.
Want die ander heeft nog helemaal geen 'nee' gezegd. Je hebt het hem niet eens gevraagd.
De deur is niet dicht. Je bent er simpelweg nog niet naartoe gelopen.
Veel van wat in mijn eigen werk uiteindelijk wél lukt, begint precies daar. Niet met de zekerheid dat iemand ja gaat zeggen. Niet omdat ik vooraf weet dat het gaat lukken. Maar omdat ik bereid ben het verzoek te doen en daarmee te ontdekken wat het antwoord daadwerkelijk is.
Dat klinkt bijna te eenvoudig. Maar juist daarin zit volgens mij een belangrijk verschil tussen mensen die veel mogelijkheden zien en mensen die veel mogelijkheden creëren.
Ze wachten niet tot iemand vertelt dat het mag.
Ze onderzoeken wat er gebeurt als ze het gewoon proberen.
Wie heeft eigenlijk besloten dat jij die grote klant niet kunt bellen? Wie heeft bepaald dat jouw bedrijf niet twee keer zo groot kan worden? Wie zegt dat jij niet van carrière kunt veranderen? Wie heeft besloten dat je eerst volledig gekwalificeerd moet zijn voordat je ergens aan mag beginnen?
Wie zegt überhaupt dat jij niet naar binnen mag?
Misschien is dat een vraag die we ons vaker moeten stellen.
Is de deur daadwerkelijk gesloten?
Of heb je iemand — of jezelf — voor de deur zo belangrijk gemaakt dat je niet eens meer probeert de klink naar beneden te duwen?
Natuurlijk bestaan er echte grenzen. Geld kan opraken. Contracten bestaan. Verantwoordelijkheden zijn echt. Mensen kunnen nee zeggen. Een gesloten deur kan daadwerkelijk gesloten zijn.
Maar dat is iets fundamenteel anders dan aannemen dat hij gesloten is.
Daar zit voor mij ook de verbinding met resultaat.
Mensen die dingen voor elkaar krijgen hebben niet noodzakelijk minder angst. Ze beschikken niet altijd over meer zelfvertrouwen. En ze weten zeker niet altijd vooraf hoe iets gaat aflopen.
Ze lopen alleen vaker naar de deur.
Ze bellen die klant. Ze voeren het gesprek. Ze doen het voorstel. Ze vragen die persoon mee uit. Ze sturen die uitnodiging naar iemand die eigenlijk 'te groot' lijkt. Ze beginnen dat bedrijf. Ze zeggen nee. Of juist ja.
En soms krijgen ze vervolgens te horen dat de deur inderdaad dichtzit.
Prima. Dan weet je het tenminste.
Een echte afwijzing is uiteindelijk veel waardevoller dan jarenlang leven met een afwijzing die alleen in je eigen hoofd heeft plaatsgevonden.
Misschien zijn daarom een paar van de gevaarlijkste woorden in ons leven wel:
Nog even wachten.
Nog even wachten tot ik er klaar voor ben. Tot het rustiger wordt. Tot de kinderen groter zijn. Tot de markt beter is. Tot iemand mij vraagt. Tot ik meer ervaring heb. Tot ik zeker weet dat het lukt.
Voor je het weet is wachten geen tijdelijke toestand meer. Het is je manier van leven geworden.
Kafka schreef zijn parabel meer dan honderd jaar geleden. Toch is de essentie ervan misschien actueler dan ooit. We hebben meer informatie, mogelijkheden, contacten en toegang dan eerdere generaties ooit hebben gehad. Maar uiteindelijk blijft er altijd een moment waarop niemand anders de beslissing voor je kan nemen.
Je kunt je hele leven voor een open poort blijven staan en wachten tot iemand zegt dat je naar binnen mag.
Of je kunt iets veel simpelers doen.
Naar voren stappen. De klink pakken. Ontdekken of de poort überhaupt op slot zit.
GOEDGEKEURD. U MAG NU UW LEVEN VERANDEREN.