De meeste mensen deugen, meestal...
Rutger Bregman en Niccolò Machiavelli kijken naar dezelfde fundamentele vraag: wat voor wezen is de mens? Maar ze komen vanuit tegenovergestelde werelden tot hun antwoord.
Bregman vertrekt vanuit boeken, wetenschappelijk onderzoek, historische voorbeelden en experimenten. In De meeste mensen deugen bouwt hij een overtuigend en vooral aantrekkelijk betoog: ons negatieve mensbeeld klopt niet. Mensen zijn veel meer gericht op samenwerking, vertrouwen en solidariteit dan we onszelf eeuwenlang hebben wijsgemaakt.
Het is een hoopvolle gedachte. En voor een groot deel waarschijnlijk ook waar.
Zijn laboratorium was de werkelijkheid. Die werkelijkheid leerde hem iets anders.
Maar er zit een zwakte in. Bregman probeert vanuit onderzoek vast te stellen wie de mens in wezen is. Daarmee krijgt zijn wereldbeeld onvermijdelijk iets theoretisch. Zelfs iets van wetenschappelijk wensdenken: als we maar voldoende bewijs verzamelen dat mensen samenwerken, kunnen we concluderen dat de mens uiteindelijk deugt.
Machiavelli kwam vanuit een compleet andere wereld.
Hij zat niet op afstand naar menselijk gedrag te kijken. Hij stond er middenin. Als diplomaat, bestuurder en politiek denker bewoog hij zich in het Florence van de Renaissance tussen machthebbers, oorlogen, politieke bondgenootschappen, verraad en opportunisme. Hij zag hoe mensen spraken wanneer alles goed ging en hoe diezelfde mensen handelden wanneer hun positie, bezit of veiligheid op het spel stond.
Zijn laboratorium was de werkelijkheid. Die werkelijkheid leerde hem iets anders.
Machiavelli beweerde niet simpelweg dat alle mensen slecht zijn. Zijn observatie was veel ongemakkelijker: mensen kunnen prima goed handelen zolang de omstandigheden dat toelaten. Ze kunnen loyaal, betrouwbaar, genereus en principieel zijn. Maar je moet er nooit automatisch vanuit gaan dat ze dat ook blijven wanneer hun eigen belangen serieus onder druk komen te staan.
Mogelijk deugen de meeste mensen inderdaad. Maar onder welke omstandigheden?
Het is niet bijzonder moeilijk om loyaal te zijn wanneer loyaliteit niets kost. Het is gemakkelijk om transparantie belangrijk te vinden zolang die transparantie je eigen positie niet bedreigt. Het is eenvoudig om principes te verdedigen wanneer je er applaus voor krijgt. Vertrouwen is een prachtige waarde zolang de belangen van beide partijen dezelfde kant op wijzen.
De echte test begint wanneer dat verandert.
Wanneer eerlijkheid je geld kost. Wanneer loyaliteit betekent dat je iets moet opgeven. Wanneer openheid positie verzwakt. Wanneer je moet kiezen tussen het principe dat je gisteren verdedigde en het belang dat je vandaag hebt.
Daar past een uitspraak van generaal Tom Middendorp in de ON POINT. Cast naadloos bij:
“Leiderschap wordt zichtbaar onder druk.”
Dat geldt niet alleen voor leiderschap. Het geldt juist voor karakter.
Onder druk verdwijnt de comfortabele ruimte tussen wat we zeggen dat we belangrijk vinden en wat we daadwerkelijk bereid zijn te betalen. Dan wordt zichtbaar of waarden werkelijk waarden zijn, of vooral woorden die goed functioneerden zolang ze niets kostten. Daarom vind ik Machiavelli zo interessant.
Hij vraagt ons niet om te kijken naar wat mensen zeggen. Zelfs niet naar hoe mensen zich gemiddeld gedragen. Hij dwingt ons te kijken naar gedrag wanneer de omstandigheden veranderen. De druk toeneemt.
Want juist daar zit de zwakte van de stelling dat de meeste mensen deugen.
De meeste mensen deugen meestal. Als dat comfortabel is.
Maar dat is voor leiderschap, ondernemerschap en bestuur niet voldoende.
Een ondernemer hoeft niet te weten hoe betrouwbaar zijn zakenpartner is wanneer ze samen geld verdienen. Hij moet weten wat er gebeurt wanneer hun belangen uit elkaar beginnen te lopen. Een samenleving hoeft niet alleen te weten hoe een bestuurder met macht omgaat wanneer alles rustig is. Ze moet bestand zijn tegen een bestuurder die onder druk besluit zijn eigen positie boven het algemeen belang te plaatsen. Ik heb het de afgelopen jaren vaak zelf meegemaakt: onder druk in bovengenoemde voorbeelden wordt 'veel' vloeibaar.
Daarom hebben we contracten. Daarom hebben we toezicht. Daarom hebben we checks and balances. Daarom hebben we een rechtsstaat.
Niet omdat we ervan uitgaan dat mensen niet deugen.
Maar omdat we weten dat omstandigheden mensen veranderen. Je ziet het nu in de dossiers rondom stikstof, klimaat, migratie en eerder rondom het covid-beleid.
Daarmee is Bregman misschien vooral een denker over vertrouwen, terwijl Machiavelli een denker over risico is.
Bregman laat zien hoeveel mogelijk wordt wanneer we uitgaan van het goede in mensen. Machiavelli waarschuwt voor wat er kan gebeuren wanneer we onze systemen afhankelijk maken van dat goede.
Die twee gedachten hoeven elkaar niet eens volledig uit te sluiten.
We kunnen mensen vertrouwen. We kunnen geloven in samenwerking.
We kunnen ervan uitgaan dat de meeste mensen meestal ´het goede´ proberen te doen.
Maar we moeten nooit vergeten dat karakter pas werkelijk wordt getest wanneer het goede pijn begint te doen.
Daarom is de uitspraak van Middendorp de brug tussen beide wereldbeelden.
Leiderschap (over jezelf) wordt zichtbaar onder druk.
Uiteindelijk geldt hetzelfde voor de mens. Niet wanneer alles goed gaat zien we wie iemand werkelijk is.
Maar wanneer er iets te verliezen valt.
Bregman geeft ons een reden om te geloven in mensen. Machiavelli leert ons waarom we daar nooit blind op mogen vertrouwen.
Hoop dat mensen deugen. Organiseer voor het moment waarop ze dat niet doen.