De belangrijkste wedstrijd van FC Amsterdam wordt niet op zaterdag gespeeld
Afgelopen week zat ik aan tafel met het hoofd jeugdopleiding, de voorzitter en de penningmeester van FC Amsterdam.
We spraken over begrotingen. Vrijwilligers. Contributies. Kinderen. Maar hoe langer het gesprek duurde, hoe minder het nog over voetbal ging.
Sterker nog, op een gegeven moment realiseerde ik me dat we al bijna een uur geen woord meer hadden gezegd over winnen. We spraken over mensen.
Het belangrijkste is dat kinderen zich gezien voelen."
FC Amsterdam telt ruim zeshonderd jeugdspelers. Iedere week trekken honderden kinderen hun voetbalschoenen aan, fietsen naar de club en stappen een wereld binnen waar ze vrienden ontmoeten, leren samenwerken, verliezen, winnen en opstaan. Een wereld die voor veel kinderen veel groter is dan negentig minuten voetbal.
Tegelijkertijd rust die hele vereniging op de schouders van ongeveer dertig vrijwilligers. En uiteindelijk, zo werd mij verteld, zijn het slechts een handvol mensen die de club werkelijk draaiende houden.
Dat is indrukwekkend. Maar ook kwetsbaar.
Steeds meer kinderen voetballen dankzij een bijdrage uit het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Contributies worden lang niet altijd op tijd betaald. Goede ideeën zijn er volop, maar de tijd ontbreekt om ze uit te voeren. Toernooien zouden prachtig zijn voor de club, voor de verbinding en voor de inkomsten, maar simpelweg niemand heeft de ruimte om ze te organiseren.
En toen viel er een zin die de hele middag samenvatte.
"Het belangrijkste is dat kinderen zich gezien voelen."
Vanaf dat moment wist ik dat dit gesprek helemaal niet over een voetbalvereniging ging.
Het ging over onze samenleving.
Want hoeveel kinderen lopen er iedere week een sportpark op zonder dat iemand werkelijk vraagt hoe het met ze gaat? Hoeveel kinderen hebben thuis te maken met onrust, financiële zorgen of een gebrek aan structuur? En hoeveel volwassenen onderschatten de rol die een trainer, een vrijwilliger of een vereniging daarin kan spelen?
Een trainer is niet alleen een trainer.
Hij is degene die zegt: "Goed dat je er bent."
Hij is degene die een kind vertrouwen geeft wanneer niemand anders dat doet.
Hij is degene die een kind ziet.
En soms is dat alles wat nodig is.
We vragen vandaag de dag ontzettend veel van sportverenigingen. Ze moeten kinderen laten sporten, sociale vaardigheden ontwikkelen, normen en waarden overbrengen, een veilige omgeving bieden en steeds vaker ook maatschappelijke problemen helpen opvangen.
Maar we organiseren ze nog steeds alsof het alleen voetbalclubs zijn. Dat klopt niet meer.
Een sportvereniging is allang geen plek meer waar alleen gevoetbald wordt.
Het is een gemeenschap. Een buurthuis. Een ontmoetingsplek. Een tweede thuis.
En daar moeten we ook naar gaan handelen.
Tijdens het gesprek dacht ik voortdurend aan één vraag.
Waarom vragen we bedrijven eigenlijk alleen om sponsor te worden?
Waarom vragen we niet of ze willen meebouwen? Een sponsor betaalt. Een ondernemer kan veel meer.
Die beschikt over kennis. Over een netwerk. Over ervaring. Over mensen. Over ideeën. Over daadkracht.
Wat zou er gebeuren als ondernemers zich niet alleen verbinden aan een vereniging, maar aan de kinderen die daar iedere week rondlopen?
Als een ondernemer een vrijwilliger helpt organiseren.
Als een accountant de club ondersteunt.
Als een directeur zijn verhaal deelt met de jeugd.
Als een topsporter laat zien wat discipline werkelijk betekent.
Niet omdat het op een sponsorbord staat.
Maar omdat een samenleving alleen sterker wordt wanneer mensen verantwoordelijkheid nemen voor elkaar.
Daarom hebben we tijdens dat gesprek besloten niet te beginnen met een groot plan.
Maar met twee kinderen. Twee jeugdspelers die anders niet hadden kunnen blijven voetballen.
Daarom wordt ON POINT. Founding Partner van de Impact Club van FC Amsterdam. Geen sponsorcollectief, maar een maatschappelijk netwerk waarin ondernemers, vrijwilligers en betrokken mensen samen bouwen aan iets dat veel groter is dan voetbal.
Want uiteindelijk gaat het niet over contributie. Niet over een toernooi. Niet over een sponsorcontract.
Het gaat over de vraag wat voor samenleving we willen zijn.
Een samenleving waarin we verwachten dat vrijwilligers alles oplossen.
Of een samenleving waarin ondernemers, ouders, verenigingen en inwoners samen verantwoordelijkheid nemen voor de volgende generatie.
Ik geloof dat business het krachtigste maatschappelijke instrument is dat we hebben. Zoals Ben Cohen (oprichter van Ben & Jerry’s) mij leerde in de ON POINT. Cast.
Niet omdat bedrijven geld verdienen. Maar omdat ondernemers mensen in beweging brengen. Ondernemers zijn de belangrijkste factor in de samenleving.
Misschien is dat wel de echte betekenis van succes. Niet hoeveel bedrijven je hebt opgebouwd. Niet hoeveel winst je hebt gemaakt.
Maar hoeveel kinderen later kunnen zeggen: "Er was iemand die mij zag."
En misschien is dat uiteindelijk ook de belangrijkste wedstrijd die FC Amsterdam speelt.
Niet op zaterdagmiddag. Maar iedere dag opnieuw.
Doe je mee?